Stoppen als ZZP'er
Algemeen
Stoppen met werken, een baan als werknemer, een faillissement of langdurige ziekte. Er zijn verschillende redenen voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) om hun bedrijf te beëindigen. De overheid gaat ervan uit dat de zelfstandige zelf maatregelen neemt tegen de risico’s hiervan. Denk daarbij aan een reservering of verzekering.
Pensioen
Zzp’ers hebben na hun 65e recht op een basispensioen (AOW). Een ondernemer beslist zelf of hij geld opzij zet voor een aanvullend pensioen. Anders dan de meeste werknemers, kunnen veel zzp’ers geen gebruikmaken van de regelingen van de pensioenfondsen.
Wel zijn er andere mogelijkheden, zoals een lijfrente, spaargeld, beleggingen en levensverzekeringen. In bepaalde bedrijfstakken (schilders, stukadoors) en beroepsgroepen (artsen, vroedvrouwen) zijn zzp’ers verplicht aangesloten bij het pensioenfonds.
Stakingsaftrek
Met de stakingsaftrek hoeven zzp’ers die stoppen met hun bedrijf, minder belasting te betalen over de stakingswinst (bijvoorbeeld de opbrengst van goodwill).
De stakingswinst wordt in het jaar waarin het bedrijf wordt beëindigd, bij de bedrijfswinst opgeteld en vervolgens progressief belast. Dit kan negatief uitpakken voor zzp’ers. Zelfstandigen die hun kantoorinventaris privé gaan gebruiken, moeten dan bijvoorbeeld belasting over de inventaris betalen terwijl ze geen geld incasseren.
Door de winst uit de beëindiging van het bedrijf aftrekbaar te maken, voorkomt de overheid dat zelfstandigen hun bedrijf noodgedwongen moeten aanhouden omdat stoppen een onbetaalbare belastingafdracht zou betekenen. De ondernemer mag maximaal € 3.630 aftrekken op de stakingswinst.
Besluit Bijstandverlening zelfstandigen (Bbz)
Zelfstandigen die met hun bedrijf moeten stoppen, kunnen voor financiële ondersteuning gebruikmaken van Besluit Bijstandverlening zelfstandigen. Zij kunnen dan tijdens de beëindiging van hun bedrijf in hun levensonderhoud blijven voorzien. De uitkering vult hun inkomen aan tot bijstandniveau.
Oudere zelfstandigen
Ouderen boven de 55 jaar die hun bedrijf moeten beëindigen of verkopen, kunnen een beroep doen op de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
De uitkering vult het (gezins)inkomen aan tot het bijstandsniveau. Voor het vaststellen van de uitkering geldt een minder strenge inkomens- en vermogenstoets dan bij de Wet werk en bijstand (WWB). Oudere zelfstandigen kunnen deze uitkering tot hun 65e jaar ontvangen. Zij moeten in de tussentijd wel solliciteren.